De blinde mannen en de olifant

De blinde mannen en de olifant - Relativisme en tolerantie
"De blinde mannen en de olifant" is een beroemde gelijkenis uit India. Het gaat over zes blinde reizigers die op hun levensweg tegen verschillende delen van een olifant aanlopen. Elke blinde man schept vervolgens zijn eigen versie van de realiteit, gebaseerd op zijn eigen beperkte ervaring en perspectief. In filosofische kringen over de hele wereld is De blinde mannen en de olifant een boegbeeld geworden van moreel relativisme en godsdienstige tolerantie.

De blinde mannen en de olifant - Een gedicht van John Godfrey Saxe
Hier volgt John Godfrey Saxes (1816-1887) versie van De blinde mannen en de olifant:

Er waren eens zes man uit Hindostan,
het opdoen van kennis zeer gezind
Ze gingen op zoek naar de olifant
(ook al waren zij allen blind)
met onderzoek zouden zij oordelen naar bevind.

De eerste liep naar de olifant
maar kwam opeens ten val
tegen de brede en stevige flank
en verklaarde meteen aan al:
'loof de heer,
maar de olifant is als een wal.'

De tweede voelde aan een slagtand
en riep: 'hé, maar neen, mijn heer,
wat is immers zo rond en scherp?
Voor mij is duidelijk maar al te zeer.
Dit wonder van een olifant is als een speer.

Nu kwam ook de derde naderbij,
greep bij toeval, als ware het een stang,
de kronkelende slurf,
en sloeg terstond een toon aan van belang:
'Aha,' sprak hij, 'de olifant lijkt erg op een slang.'

Nu stak de vierde gretig zijn handen uit,
en voelde aan de knie,
'Waar dit beest nog het meest op lijkt
is wel duidelijk,' meende die;
'Er kan geen twijfel over zijn
het is een boom die ik hier voor mij zie.'

De vijfde raakte toevallig aan het oor
en zei: 'zelfs als de blik niet tot het daglicht reikt,
Is zonneklaar wat ik hier heb;
wat ik voel is zonder twijfelen geijkt,
Is dat dit wonder van een olifant op een waaier lijkt.'

Nauwelijks nog had de zesde overwogen
waar hij eens beginnen zou,
of hij voelde al de slingerende staart,
zwaaiend gaf deze hem een douw,
'Ik zie het al,' zei de man, 'de olifant is als een touw.'

En aldus zetten de zes uit Hindostan zich aan een debat,
met luide stem en onverveerd,
ieder zei er het zijne van
en liet zich door de ander onbekeerd,
Allen waren weliswaar ten deel in het gelijk,
samen echter hadden zij het verkeerd.

MORAAL:

Maar al te vaak varen allen,
denk ik, alledag,
Hun eigen koers, volkomen onwetend
over wat de ander denken mag,
En spreken zij allen van een olifant,
die geen van hen ooit zag.

De blinde mannen en de olifant - Een filosofische gelijkenis
De blinde mannen en de olifant is een gelijkenis uit de oudheid die tegenwoordig gebruikt wordt als waarschuwing tegen mensen die in een absolute waarheid geloven of beweren dat hun godsdienst "de enige echte" is. De eenvoudige reden is dat onze zintuigen, onze perspectieven en onze levenservaringen onze toegang tot de waarheid kunnen beperken en ons tot verkeerde conclusies kunnen leiden. Hoe kan een mens met een beperkte kennis van de waarheid nou verkondigen dat zijn versie de enige echte versie van de realiteit zou zijn?

De blinde mannen en de olifant - Een theologische waarheid
Helaas maken de huidige filosofen de les van De blinde mannen en de olifant niet helemaal af. Wijst deze voorstelling van de blinde mannen en de olifant immers niet naar iets dat nog groter is, namelijk de olifant zelf? Elke blinde man heeft inderdaad slechts een beperkt perspectief op deze objectieve waarheid, maar dat wil niet zeggen dat die objectieve waarheid niet bestaat. Sterker nog: de waarheid is helemaal niet relatief... de volledige waarheid staat voor hun neus en hoeft alleen maar ontdekt te worden. In de theologie hebben we een vergelijkbare situatie: ook al hebben we slechts beperkte toegang tot de Waarheid, toch betekent dat niet dat alle beschrijvingen van de Waarheid even geldig of waar zijn. Als we weten dat de "Hele Olifant" zich daarbuiten ergens bevindt, zou dit ons dan niet moeten aanzetten om onze ogen wijder te openen en elke gelegenheid aan te grijpen om meer van Hem te ervaren?

Leer meer!