Waarom ben ik hier?

Waarom ben ik hier? - Een fundamentele vraag
Waarom ben ik hier op aarde? Waar kwam ik vandaan? Wat ben ik waard? Heb ik ook maar enige intrinsieke waarde? Dien ik een bepaald doel? Dit zijn allemaal belangrijke vragen. Het zijn de "grote levensvragen". Jouw antwoord op deze vragen bepaalt hoe jij de wereld ziet en hoe je de wereld behandelt. Omdat je een onderdeel van de wereld bent, bepaalt je beeld van de wereld ook hoe je jezelf ziet en behandelt. Het is daarom belangrijk dat we deze fundamentele vraagstukken oplossen. En het is belangrijk dat we de eerlijke waarheid ontdekken. Verkeerde antwoorden op belangrijke vragen zijn niet erg nuttig.

Waar beginnen we met onze zoektocht naar de waarheid? We beginnen bij het begin. De meest fundamentele vraag van alle is misschien wel: bestaat God? Dit is een fundamentele vraag omdat onze antwoorden op de andere "grote vragen" afhankelijk zijn van ons antwoord op deze ene vraag. Bijvoorbeeld...

Waarom ben ik hier? - Het atheïstische wereldbeeld
Waarom ben ik hier? Nou, als God niet bestaat, dan betekent dat dat het leven ontstaan moet zijn door middel van een of ander natuurlijk, onpersoonlijk, onintelligent en uiteindelijk doelloos proces. Dat betekent dat we zelf uiteindelijk net zo doelloos zijn als het proces dat ons heeft voortgebracht. Het leven is slechts een ongeluk, net als jijzelf. Je kunt op de korte termijn wel redenen verzinnen voor je bestaan, zoals "je bent hier omdat je ouders kinderen wilden hebben", enzovoorts, maar uiteindelijk ben je niets meer dan een ongeluk en dat geldt ook voor je ouders. Het leven is één groot ongeluk. Je dient geen doel, je zal geen stempel op de wereld drukken en in het grote totaalbeeld is je leven volledig zinloos. Als er geen Schepper is, dan is er nooit iemand geweest die jou hier met een doel heeft neergezet, wat betekent dat er geen reden is voor je bestaan. Zo eenvoudig is het.

Wat betreft de vraag "wat ben ik waard?" hebben we zonder God feitelijk geen intrinsieke waarde, tenminste geen objectieve intrinsieke waarde. Onze waarde is dan subjectief. Je mag zelf misschien wel denken dat je wat waard bent, maar iemand anders kan tegelijkertijd vinden dat je waardeloos bent; zolang als er niemand is die hierboven staat en werkelijk objectief kan zeggen hoeveel je waard bent, heeft uiteindelijk niemand gelijk of ongelijk. Zonder God bestaat er eigenlijk geen goed of fout. John Dewey (1859-1952), de beroemde 20e-eeuwse atheïst, legde dit als volgt uit: "Er is geen God en er is geen ziel. Er bestaat daarom geen behoefte aan de rekwisieten van de traditionele godsdienst. Wanneer we zo godsdienstige dogma's en leer uitsluiten, dan is ook de onveranderlijke waarheid dood en begraven. Er is geen ruimte voor een starre, natuurlijke wet of morele absolute waarden."1

Filosofen zijn het er in het algemeen met elkaar over eens: zonder een absolute God die de wetten maakt bestaat er geen morele absolute waarheid; het enige wat er is zijn voorkeuren. Je hebt feitelijk geen recht om te leven; je geeft er slechts de voorkeur aan om niet te sterven. En als iemand jou zou willen doden, ongeacht wat jouw gevoelens daarover zijn, aan wie is het dan om te bepalen of dat goed of fout is? Zonder een absolute moraliteit geldt het recht van de sterkste; de sterken overleven en de zwakken worden uitgebuit.

Gelukkig zien de meeste regeringen het als hun plicht om recht op leven in stand te houden. Dat komt omdat veel staatswetten gebaseerd zijn op het idee dat onze Schepper ons bepaalde onvervreemdbare rechten heeft verleend. De grondleggers van de Verenigde Staten verwoordden dit erg mooi toen zij verkondigden: "Wij vinden deze waarheden vanzelfsprekend, dat alle mensen gelijkwaardig zijn geschapen, dat zij door hun Schepper van bepaalde onvervreemdbare rechten zijn voorzien, dat enkele van deze rechten leven, vrijheid en het nastreven van geluk zijn, en dat regeringen onder de mensen zijn ingesteld om deze rechten veilig te stellen, [regeringen] die hun macht ontlenen aan de toestemming van de mensen die geregeerd worden..." Spijtig genoeg onderschrijven niet alle regeringen deze levensbeschouwing; hun volkeren hebben hier vreselijk onder te lijden.

Waarom ben ik hier? - Het theïstische wereldbeeld
Waarom ben ik hier? Als God bestaat, dan is Hij de hoogste werkelijkheid. Als Hij jou voor een doel heeft geschapen, dan is dat de reden van jouw bestaan. Als jij waardevol voor Hem bent, dan is dat jouw waarde. De dingen die Hij goed noemt, zijn dan ook absoluut goed en de dingen die Hij fout noemt, zijn dan ook absoluut fout. We hebben weliswaar een vrije wil gekregen om zelf morele beslissingen te nemen, maar dat betekent niet dat we zelf kunnen kiezen wat goed of fout is; het betekent slechts dat we in staat zijn om de keuze te maken om goed of fout te zijn. God maakt de regels. De vraag is: zal Hij ze handhaven? Zal God ons ooit verantwoordelijk houden voor onze morele beslissingen? De meeste mensen zeggen instinctief dat God ons inderdaad ooit ter verantwoording zal roepen. Het is alsof de meeste mensen instinctief weten dat ze al hun slechte daden ooit zullen moeten uitleggen (wat uiteraard betekent dat zij ook instinctief weten dat er een absolute morele waarheid is).

Waar het op neerkomt is dat begrippen als "rechtvaardigheid", "doelgerichtheid", "betekenis" en "moraliteit" geen abstracte ideeën zijn als God werkelijk bestaat. God heeft een doel voor jou (dat is waarvoor Hij jou gemaakt heeft). Hij is degene die moraliteit heeft ingesteld en uiteindelijk zal Hij er op toezien dat de gerechtigheid zal zegevieren. Voor sommigen is dat een troostvolle gedachte, maar voor anderen is een angstaanjagend toekomstbeeld.

Laten we dus niet beginnen met de vraag "Waarom ben ik hier?". Maar laten we beginnen met de vraag "Bestaat God?" Als Hij niet bestaat, dan is het eigenlijk zinloos om te vragen waarom we hier zijn. In dat geval is alles zinloos. Maar als Hij wel bestaat, dan zul je jouw reden om te leven ontdekken wanneer je ontdekt wie Hij is. Begin dus bij het begin. Bestaat God?

Onderzoek nu verder!

1 Clifton Fadiman, ed., Living Philosophies: The Reflections of Some Eminent Men and Women of Our Time, New York: Simon Schuster, 1931.