Thomas van Aquino

Thomas van Aquino - Geschiedenis
Het redelijk korte leven van Thomas van Aquino (van 1225 tot 1274) begon in Roccasecca, een kasteel op een heuveltop tussen Rome en Napels. Als vijfjarig jongetjes begon Thomas van Aquino, ook wel bekend als Thomas Aquinas, in het dichtbij gelegen Benedictijnse klooster van Montecassino aan zijn opleiding. Later ging Aquinas naar de Universiteit van Napels waar hij in aanraking kwam met een nieuwe groep die de Predikheren of Dominicanen werden genoemd. Tot groot ongenoegen van zijn familie werd hij uiteindelijk zelf een Dominicaan. Aquinas vervolgde zijn studies daarna in Keulen, samen met Albertus de Grote. Dat leidde hem naar de filosofie van Aristoteles. Aquinas was bijzonder gevoelig voor de Aristotelische filosofie. Hij ging op zoek naar rationele argumenten waarmee hij de Christelijke theologie zou kunnen verdedigen. Hij nam de metafysische leer van Aristoteles over en dat was een grote verandering ten opzichte van de Augustijnse traditie uit de Middeleeuwen.

Thomas van Aquino – Godsdienstige redeneringen
Aristoteles streefde naar de ontwikkeling van een universele redenering, waarmee al het mogelijke over de werkelijkheid geleerd zou kunnen worden. Thomas van Aquino geloofde dat een dergelijke redenering zonder problemen op godsdienst kon worden toegepast. Hoewel hij de mogelijkheid openliet dat iemand een godsdienstige leer puur op basis van geloof zou kunnen aanvaarden - en beweerde dat dit inderdaad ook de beste methode was - stelde hij toch dat de theologie een wetenschap was waarin een zorgvuldige toepassing van de rede zou leiden tot waarneembaar bewijs voor de theoretische kennis.

Vanwege zijn verdediging van de theologie kreeg Aquinas de bijnaam “de Engelleraar” en werd hij gezien als een professioneel theoloog. Desalniettemin schreef hij ook werken die duidelijk filosofisch van aard zijn. Hij schreef daarnaast diverse commentaren op het werk van Aristoteles die onder de deskundigen veel respect en bewondering hebben opgeroepen. Thomas van Aquino streefde naar een scheiding tussen filosofie en theologie:

“De gelovige en de filosoof hebben een verschillende kijk op de levende wezens. De filosoof beschouwt alles wat met hun specifieke natuur te maken heeft, terwijl de gelovige alleen maar kijkt naar de relaties tussen deze wezens en God, bijvoorbeeld dat zij door God geschapen zijn en aan Hem onderworpen zijn, enzovoorts” (Summa contra gentiles, boek II, hoofdstuk 4).

Aquinas legde verder uit dat theologische argumenten of uiteenzettingen afhankelijk waren van aannames of principes die "waar" werden gevonden op basis van een zekere geloofsovertuiging. Filosofische uiteenzettingen beginnen met ideeën die alom aanvaard zijn; dingen die deel uitmaken van het algemene kennisdomein en waarvan iedereen op de hoogte is op basis van de wetenschap.

“Het moet opgemerkt worden dat de verschillende manieren van het weten (ratio cognoscibilis) ons verschillende wetenschappen geven. De astronoom en de natuurfilosoof concluderen beide dat de wereld rond is, maar de astronoom doet dit via een mathematische methode die onafhankelijk is van materie, terwijl de natuurfilosoof een methode aanwendt die juist op materie gestoeld is. Er is dus niets wat een bepaalde tak van de wetenschap ervan kan weerhouden om dingen in het licht van een Goddelijke openbaring te zien, terwijl ze volgens de filosofische disciplines kenbaar zijn op basis van de menselijke rede” (Summa theologiae, Ia, q. 1, a., ad 2).

Thomas van Aquino – Het bestaan van God
Thomas van Aquino paste deze filosofische uiteenzetting toe op zijn "vijf manieren om het bestaan van God te bewijzen": 1) Beweging; 2) Causaliteit; 3) Eventualiteit; 4) Goedheid; 5) Ontwerp.

De eerste manier was een duidelijke uiting van zijn redeneerwijze:

  • Er zijn bewegende dingen.
  • Alles wat beweegt wordt door iets anders (een oorzaak) in beweging gezet.
  • Maar deze reeks van oorzaken kan niet oneindig ver terug gaan.
  • Daarom moet er een eerste oorzaak zijn (en dat is God).
Thomas van Aquino besteedde veel aandacht aan de werking van de natuur; hij geloofde dat God via de geschapen wereld ontdekt en gekend kan worden.

Leer meer!