Nietzsche en de dwaas

Nietzsche en "De dwaas" - Een cultuur zonder God
Friedrich Nietzsche schreef zijn beroemde korte essay "De dwaas" in 1887 voor het periodiek "De vrolijke wetenschap". De moderne cultuur, het tijdperk van de wetenschap en de rede, had zojuist verkondigd: "God is dood!" Nietzsche gebruikte zijn "dwaas" om de vraag te stellen of de Westerse cultuur wel klaar was voor de filosofische gevolgen van deze dood van God.

Nietzsche en "De dwaas" - "Ik zoek God"
Hier is het originele essay van Nietzsche, getiteld "De dwaas"1:

"Hebben jullie niet van deze dwaas gehoord, die op klaarlichte ochtend een lantaarn aanstak, de markt opliep en onophoudelijk schreeuwde: 'Ik zoek God! Ik zoek God!' Omdat daar juist velen bijeen stonden die niet in God geloofden, veroorzaakte hij een bulderend gelach. 'Is Hij dan soms verdwenen?' vroeg de een. 'Is Hij soms verdwaald, als een kind?' vroeg de ander. 'Of heeft Hij zich verstopt? Is Hij bang voor ons? Is Hij scheep gegaan, geëmigreerd?', zo schreeuwden en lachten zij door elkaar heen.

De dwaas sprong midden tussen hen in en doorboorde hen met zijn blikken. 'Waar God is?' riep hij. 'Ik zal het jullie vertellen! Wij hebben Hem gedood; jullie en ik. Wij allen zijn Zijn moordenaars! Maar hoe hebben wij dit gedaan? Hoe hebben we het klaargespeeld om de zee leeg te drinken? Wie gaf ons de spons waarmee we de hele horizon konden wegvegen? Wat deden we eigenlijk toen we de ketenen tussen deze aarde en haar zon losmaakten? Waar begeeft zij zich nu heen? Waar begeven wij ons heen? Weg van alle zonnen? Maken wij niet één onafgebroken val? En wel achterwaarts, zijwaarts, voorwaarts, naar alle kanten? Is er nog wel een boven en beneden? Dolen wij niet rond, als door een oneindig niets? Worden wij niet door de lege ruimte beademd? Is het niet kouder geworden? Wordt de nacht niet steeds langer en dieper? Moeten er niet 's ochtends al lantaarns aangestoken worden? Horen we nog niets van het lawaai van de doodgravers die God begraven? Ruiken we nog niets van goddelijke ontbinding? Ook goden gaan namelijk tot ontbinding over! God is dood! God blijft dood! En wij hebben Hem gedood.'

Nietzsche en "De dwaas" - "God is dood"
'Waar vinden wij troost, wij moordenaars aller moordenaars? Het heiligste en machtigste dat de wereld tot dusverre bezeten heeft, is onder onze messen doodgebloed; wie zal dit bloed van ons afwissen? Met welk water kunnen wij ons schoonwassen? Welke verzoeningsfeesten, welke heilige spelen zullen we moeten bedenken? Gaat de grootheid van deze daad niet onze krachten te boven? Moeten we niet zelf goden worden, om haar op zijn minst waardig te schijnen? Nooit was er een grotere daad, en wie er ook na ons geboren zal worden, omwille van onze daad maakt hij deel uit van een geschiedenis die hoger is dan alle geschiedenis die er tot dusverre geweest is!'

Op dit moment zweeg de dwaas en keek zijn toehoorders weer aan: ook zij zwegen en wierpen hem verwonderde blikken toe. Ten slotte gooide hij zijn lantaarn op de grond. Die viel aan diggelen en doofde uit. 'Ik ben te vroeg,' sprak hij vervolgens, 'mijn tijd is nog niet gekomen. Deze kolossale gebeurtenis is nog maar net begonnen, ze is nog niet tot de oren van de mensen doorgedrongen...'"

Nietzsche en "De dwaas" - De gevolgen
Meer dan honderd jaar na Nietzsche en "De dwaas" is het nieuws van Gods dood eindelijk tot de oren van de mensen doorgedrongen. De horizon die de grenzen van onze wereld bepaalde, is weggevaagd. Het fundament dat ons op onze plaats heeft gehouden, is verdwenen. Ons tijdperk, dat steeds toepasselijker "postmodern" wordt genoemd, drijft op een verscheidenheid aan perspectieven en een overvloed aan filosofische mogelijkheden, maar zonder een overheersend besef dat ons vertelt waar we naartoe gaan of hoe we daar kunnen komen. Een culturele anarchie lijkt in de nabije toekomst onvermijdelijk.2

Leer meer!

1 Friedrich Nietzsche, De Gek,” De Vrolijke Wetenschap, paragraaf 125 (1882, 1887), in The Portable Nietzsche, vertaald door Walter Kaufmann (New York: Viking, 1954), p. 95-96.

2 James W. Sire, The Universe Next Door, 4e uitgave (Illinois: InterVarsity Press, 2004), p. 212.