Natuurwet

Natuurwet – Wat is een wet?
De natuurwet, ook wel natuurrecht genoemd, is een ruime en vaak misbruikte term, die vaak gebruikt wordt wanneer filosofie, wetenschap, geschiedenis, theologie of recht wordt onderwezen. Immanuel Kant zei: "De vraag 'Wat is wet?' is net zo beschamend voor de jurist als de bekende vraag 'Wat is waarheid?' voor de logicus."

  • De wet is, in algemene zin, een verzameling regels voor handelingen of gedrag die door een gezagdrager wordt voorgeschreven en die wettelijk bindend is. Een wet is datgene wat door burgers gehoorzaamd en gevolgd moet worden en onderhevig is aan sancties of wettelijke gevolgen (vertaald uit Black’s Law Dictionary, zesde editie, p. 884).
  • Jurisprudentie is de filosofie van het recht (wetten) en hoe de wetten zich ontwikkelen.

Natuurwet – Een morele theorie over jurisprudentie
De natuurwet is een morele theorie over jurisprudentie, die stelt dat een wet gebaseerd zou moeten zijn op moraliteit en ethiek. De natuurwet zegt dat de wet gebaseerd is op wat "juist" is. De natuurwet wordt door mensen "ontdekt" met behulp van de rede en de keuze tussen goed en kwaad. Daarom zit de kracht van de natuurwet in de ontdekking van bepaalde universele standaarden in moraliteit en ethiek.

Natuurwet – De geschiedenis
De Grieken - Socrates, Plato en Aristoteles benadrukten het onderscheid tussen natuur (fysis, φúσις) en "wet", "gewoonte" of "conventie" (nomos, νóμος). Wat de wet voorschreef varieerde van plaats tot plaats, maar wat "natuurlijk" was zou overal hetzelfde moeten zijn. Aristoteles (384-322 voor Christus) wordt door veel mensen beschouwd als de vader van de "natuurwet". In Rhetorica beargumenteert hij dat er naast de "bijzondere" wetten die alle volken voor zichzelf hebben ingesteld ook een "algemene wet" of "hogere wet" bestaat, die uit de natuur voortkomt (Rhetorica 1373b2–8).

De Stoïcijnen - De ontwikkeling van de natuurrechtstheorie werd voortgezet in de hellenistische filosofische school, vooral onder de Stoïcijnen. De Stoïcijnen wezen op het bestaan van een rationele en doelgerichte orde in het universum. De leefstijl van een rationeel wezen in relatie tot deze kosmische orde werd als natuurwet beschouwd. In tegenstelling tot de "hogere wet" van Aristoteles stond de Stoïcijnse natuurwet onverschillig tegenover de goddelijke of natuurlijke bron van die wet. De Stoïcijnse filosofie was enorm invloedrijk onder Romeinse juristen als Cicero en speelden daarom een grote rol in de ontwikkeling van de Romeinse rechtstheorieën.

De Christenen -- Voor Augustinus (354-430 na Christus) stond de natuurwet gelijk aan de menselijke toestand vóór de zondeval. Daarom is een echt "natuurlijk" leven niet meer mogelijk en moet de mens op zoek naar zijn heil via de Goddelijke wet en de genade van Christus. Gratianus (12e eeuw) bracht het concept van de natuurlijke wet weer samen met het concept van de Goddelijke wet. "Het menselijke ras wordt geregeerd door twee dingen, namelijk de natuurwet en gebruiken (mos, moris, mores). De natuurwet is wat wij terugvinden in de wet en in het Evangelie. Hierdoor wordt elk mens opgedragen om anderen te behandelen zoals hij zelf behandeld wil worden en wordt hem verboden om anderen aan te doen wat hij zelf niet wil worden aangedaan" (Decretum, D.1 d.a.c.1; ca. 1140 na Christus).

Natuurwet – De conclusie
Wie of wat is uiteindelijk de bron van wetten? De natuurrechtstheorie stelt dat zekere morele wetten boven tijd, cultuur en regeringen uitstijgen. Er zijn universele standaarden die in alle tijden op de hele mensheid van toepassing zijn. Wij hebben allen een aangeboren besef van deze universele standaarden; ieder van ons kan ze ontdekken. Zij vormen de basis voor een rechtvaardige samenleving.

Leer meer!