Het teleologische argument

Het teleologische argument – Het argument voor een ontworpen universum
Het teleologische argument is een ontwerpargument. Het aantal factoren dat erop lijkt te wijzen dat het universum ontworpen is om leven op aarde mogelijk te maken is overweldigend. Seculiere wetenschappers hebben waargenomen dat een groot aantal karakteristieken heel precieze waarden moet hebben (zoals hierbeneden wordt aangegeven) om stoffelijk leven mogelijk te maken. Deze heel precieze afstelling van het universum wordt door de seculiere wetenschappelijke wereld niet ontkend en wordt het “Antropisch Principe” genoemd. Atheïstische wetenschappers hebben hiervoor verscheidene, en weinig overtuigende, rationaliseringen aangedragen, die allemaal uitgaan van een toestand zonder een Goddelijk Ontwerper. Maar gezien de complexiteit van de relaties tussen al deze karakteristieken van het universum onderling, lijkt een “fijnafstelling” van het universum door een Goddelijke hand onbetwistbaar.

Het teleologische argument – Een nauwkeurig afgesteld universum
De lijst van kenmerken die het teleologische argument ondersteunen wordt steeds langer, naarmate wetenschappers meer en meer ontdekken over het universum. Het is nu al een enorm lange lijst, en wie houdt er nou van lange lijsten? Maar wanneer ik dit onderwerp met atheïsten bespreek, vragen zij mij vaak naar “details over deze zogenaamde fijnafstelling van het universum”. En daarom geef ik nu een lijst:

  1. De constante van de sterke nucleaire kracht
  2. De constante van de zwakke nucleaire kracht
  3. De gravitatieconstante
  4. De elektromagnetische constante
  5. De verhouding tussen de elektromagnetische constante en de gravitatieconstante
  6. De verhouding tussen protonen- en elektronenmassa
  7. De verhouding tussen het aantal protonen en het aantal electronen
  8. De verhouding tussen de protonen- en elektronenlading
  9. De uitdijingssnelheid van het universum
  10. De massadichtheid van het universum
  11. De Baryondichtheid (protonen en neutronen) van het universum
  12. De dichtheid van ruimte- of donkere energie in het universum
  13. De verhouding tussen de dichtheid van ruimte-energie en de massadichtheid
  14. Het entropieniveau van het universum
  15. De lichtsnelheid
  16. De leeftijd van het universum
  17. De uniformiteit van straling
  18. De homogeniteit van het universum
  19. De gemiddelde afstand tussen sterrenstelsels
  20. De gemiddelde afstand tussen clusters (van sterrenstelsels)
  21. De gemiddelde afstand tussen sterren
  22. De gemiddelde grootte en verdeling van clusters
  23. Het aantal, de afmetingen en de locaties van kosmische leegtes
  24. De elektromagnetische fijnstructuurconstante
  25. De gravitationele fijnstructuurconstante
  26. De vervalsnelheid van protonen
  27. De hoeveelheid energie van de grondtoestand van Helium-4
  28. De verhouding tussen de energieniveaus van Carbon-12 en Zuurstof-16
  29. De vervalsnelheid van Beryllium-8
  30. De verhouding tussen neutronen- en protonenmassa
  31. De initiële overmaat van nucleonen ten opzichte van antinucleonen
  32. De polariteit van de watermolecule
  33. De timing van hypernova explosies
  34. Het aantal en types hypernova's
  35. De timing van supernova explosies
  36. Het aantal en types supernova's
  37. De timing van “witte dwergen”
  38. De dichtheid van witte dwergen
  39. De verhouding tussen exotische materie en gewone materie
  40. Het aantal effectieve dimensies in het vroege universum
  41. Het aantal effectieve dimensies in het huidige universum
  42. De massawaarden van actieve neutrino's
  43. Het aantal verschillende soorten actieve neutrino's
  44. Het aantal actieve neutrino's in het universum
  45. De massawaarde voor het steriele neutrino
  46. Het aantal steriele neutrino's in het universum
  47. De vervalsnelheden van exotische massadeeltjes
  48. De grootte van temperatuurgolven in de kosmische achtergrondstraling
  49. De waarde van de relativistische dilatatiefactor
  50. De grootte van de Heisenberg onzekerheid
  51. De hoeveelheid gas die in het diepe intergalactisch medium is afgezet door de eerste supernova's
  52. De positieve aard van kosmische druk
  53. De positieve aard van kosmische energiedichtheden
  54. De dichtheid van quasars
  55. De vervalsnelheid van koude donkere materie deeltjes
  56. De relatieve overmaat van verscheidene exotische massadeeltjes
  57. De mate van interactie van exotische materie
  58. Het tijdstip waarop de eerste sterren (metaalvrije pop III sterren) beginnen te vormen
  59. Het tijdstip waarop de eerste sterren (metaalvrije pop III sterren) ophouden te vormen
  60. De ruimte-dichtheid van metaalvrije pop III sterren
  61. De gemiddelde massa van metaalvrije pop III sterren
  62. Het tijdstip waarop de eerste stellenstelsels gevormd werden
  63. Het tijdstip waarop de eerste quasars gevormd werden
  64. De hoeveelheid, snelheid en vervaltijd van ingebedde defecten
  65. De verhouding tussen de dichtheid van warme donkere materie en koude donkere materie
  66. De verhouding tussen de dichtheid van warme exotische materie en koude exotische materie
  67. Het quantiseringsniveau van de kosmische tijd-ruimte
  68. De platheid van de geometrie van het universum
  69. De gemiddelde groeisnelheid van de afmetingen van sterrenstelsels
  70. De verandering van de gemiddelde groeisnelheid van de afmetingen van sterrenstelsels door de geschiedenis van de kosmos
  71. De constante waarden van de donkere energie factoren
  72. Het tijdstip waarop de stervorming een hoogtepunt bereikte
  73. De locatie van exotische materie ten opzichte van gewone materie
  74. De kracht van het oorspronkelijke kosmische magnetische veld
  75. Het niveau van de oorspronkelijke magnetohydrodynamische turbulentie
  76. Het niveau van de charge-pariteit schending
  77. Het aantal sterrenstelsels in het waarneembare universum
  78. Het polarisatieniveau van de kosmische achtergrondstraling
  79. Het moment waarop de tweede reonizatie van het universum werd voltooid
  80. Het moment waarop de productie van gammaflitsen stilviel
  81. De relatieve dichtheid van sterren met doorsnee massa in de vroege geschiedenis van het universum
  82. De temperatuur van water met grootste dichtheid
  83. De smeltwarmte van water
  84. De verdampingswarmte van water
  85. De ruimte-dichtheid van clumpusculen (dichte wolken die bestaan uit koud moleculair waterstofgas) in het universum
  86. De gemiddelde massa van clumpusculen in het universum
  87. De locatie van clumpusculen in het universum
  88. De kinetische oxidatiesnelheid van dizuurstof in organische moleculen
  89. Het niveau van paramagnetisch gedrag in dizuurstof
  90. De dichtheid van ulta-dwergsterrenstelsels (of supermassieve bolvormige cluster) in het midden-tijdperk van het universum
  91. De mate van buiging van ruimte en tijd door algemene relativistische factoren
  92. Het percentage van de oorspronkelijke massa-functionaliteit van het universum dat bestond uit sterren van doorsnee massa
  93. De kracht van het oorspronkelijke kosmische magnetische veld1

Het teleologische argument – De wiskundige onmogelijkheid zonder een ontwerper
Het teleologische argument weerspiegelt een van de drie mogelijkheden voor het bestaan van dit ongelooflijk nauwkeurig afgestelde universum: natuurwetten, toeval of ontwerp. Wetenschappers hebben zich al vele jaren over dit onderwerp gebogen en hebben geen natuurwetten gevonden die deze fijnafstelling kunnen verklaren. De kans dat een dergelijke theorie ooit ontdekt zal worden lijkt nihil. Zelfs Stephen Hawking, die aanvankelijk nog een aanhanger was van het idee van een “Theorie van Alles” waarmee de fijnafstelling van het universum uitgelegd zou kunnen worden als het gevolg van wetmatigheden, concludeerde dat dit niet haalbaar was nadat hij de Onvolledigheidsstellingen van Gödel had bestudeerd. Hij zegt hierover: “Sommige mensen zullen zeer teleurgesteld zijn als er geen overkoepelende theorie is, die in een eindig aantal principes kan worden geformuleerd. Ik behoorde ooit tot die groep mensen, maar ik ben van gedachten veranderd.”2

Omdat de grens van wiskundige onmogelijkheid wordt gedefinieerd als 1 op 10 tot de 50e macht, en omdat de kans op een toevallige fijnafstelling van het universum veel en veel kleiner is dan die waarde, kunnen we toeval uitsluiten. Alleen een transcendente Schepper kan een logische verklaring zijn voor deze ongelooflijk complexe orde in het universum.

In de afgelopen vier decennia hebben wetenschappers ontdekt dat het bestaan van intelligent leven absoluut afhankelijk is van deze zeer delicate en complexe balans van randvoorwaarden. Het lijkt erop dat de stoffen, de constanten en de grootheden van de Oerknal zelf zijn ontworpen om een universum te scheppen waarin leven mogelijk is. Dankzij de moderne wetenschap weten we nu dat universa die leven onmogelijk maken vele malen waarschijnlijker zijn dan enig universum waarin leven mogelijk is, zoals het onze. Hoe veel waarschijnlijker?

Welnu, het antwoord is dat de kans dat een universum zo afgesteld is dat er leven mogelijk is, zó oneindig klein is dat deze noch berekend, noch begrepen kan worden. Stephen Hawking heeft bijvoorbeeld geschat dat het universum door gravitationele aantrekkingskrachten tot een hete vuurbal ineen zou zijn gekrompen, als de uitzettingssnelheid van het universum één seconde na de Oerknal slechts één honderdduizend-miljoen-miljoenste deel kleiner zou zijn geweest.3 Natuurkundige P.C.W. Davies heeft berekend dat de kans op oorspronkelijke randvoorwaarden die sterrenvorming mogelijk maken (planeten kunnen niet bestaan zonder sterren) tenminste duizend-miljard-miljard nullen achter de komma heeft!4 Davies heeft ook berekend dat een verandering in de zwaartekracht of de zwakke nucleaire kracht van slechts een factor één tot de macht -100 (!) voorkomen zou hebben dat er in dit universum leven mogelijk is.5 Zoals we in de voorgaande lijst hebben gezien, bestaat er op dit moment al bijna een honderdtal van dergelijke constanten en grootheden in de Oerknal die ongelooflijk precies moeten zijn afgesteld om een universum te scheppen waarin leven mogelijk is. Daarnaast is het niet zo dat elke grootheid of constante onafhankelijk van elkaar moet worden afgesteld: ook hun verhoudingen en onderlinge relaties moeten op een dergelijke manier heel nauwkeurig worden afgesteld. Dat betekent dat een enorme onwaarschijnlijkheid wordt vermenigvuldigd met een enorme onwaarschijnlijkheid, die vervolgens weer met een enorme onwaarschijnlijkheid wordt vermenigvuldigd, enzovoorts, tot onze hersenen zich dit soort onwaarschijnlijkheden helemaal niet meer kunnen voorstellen.

Er bestaan geen plausibele natuurkundige redenen waarom deze grootheden en constanten de waarden zouden hebben die zij hebben. P.C.W. Davies, die ooit een agnosticus was, merkte op: “Door mijn wetenschappelijke werk ben ik steeds meer gaan geloven dat het fysieke universum in elkaar is gezet met zó'n vernuftigheid dat ik het niet meer zonder meer als een bruut feit kan aanvaarden."6 Brits astrofysicus Sir Frederick Hoyle maakt een vergelijkbare opmerking: "Wanneer we de feiten met gezond verstand interpreteren, dan suggereren deze dat een super-intellect aan de natuurkunde heeft gesleuteld."7 Robert Jastrow, hoofd van NASA's Goddard Instituut voor Ruimtestudies, noemt dit “het meest krachtige bewijs voor het bestaan van God dat ooit uit de wetenschap is voortgekomen.”8

Het teleologische argument – Wat is redelijker: ontwerp of toeval?
Samengevat: het teleologische argument staat op sterke wetenschappelijke, filosofische en theologische poten. Het standpunt dat Christelijke theïsten door de geschiedenis heen hebben ingenomen, namelijk dat het universum een Ontwerper heeft, lijkt zo veel logischer dan het atheïstische alternatief: het universum, dat plotsklaps tot ontstaan kwam, zonder reden en uit het niets, was nu eenmaal toevallig precies afgesteld voor intelligent leven, met een ongelooflijk onwaarschijnlijke nauwkeurigheid en balans. Wanneer we de kans op een dergelijke toevallige fijnafstelling “astronomisch klein” zouden noemen, dan is dat nog een grove overschatting.

Leer meer!

Met dank aan Steve J. Williams. Met toestemming overgenomen uit zijn boek The Skeptics’ Guide to Eternal Bliss (2e editie), Steve J. Williams, Lulu Press, 2009. Alle rechten voorbehouden in het origineel.

1 De meeste bronverwijzingen voor “De Lijst” kunnen gevonden worden in The Creator and the Cosmos, 3rd edition door Hugh Ross (Colorado Springs, CO: NavPress, 2001), pp. 145-157, 245-248.

2 http://nl.wikipedia.org/wiki/Theorie_van_alles.

3 Stephen Hawking, A Brief History of Time (New York: Bantam Books, 1988), p. 123.

4 P.C.W. Davies, Other Worlds (Londen: Dent, 1980), pp. 168, 169.

5 P.C. W. Davies, “The Anthropic Principle”, in Particle and Nuclear Physics.

6 Paul Davies, The Mind of God (New York: Simon & Shuster, 1992), p. 169.

7 Fred Hoyle, “The Universe: Past and Present Reflections,” Engineering and Science (November, 1981), p. 12.

8 Robert Jastrow, “The Astronomer and God”, in The Intellectuals Speak Out About God, red. Roy Abraham Varghese (Chicago: Regenery Gateway, 1984) p. 22.