Deontologische ethiek

Deontologische ethiek - Een moraliteit gebaseerd op plichtsbesef
De deontologische ethiek is een moraliteitsleer die gebaseerd is op een "inconsequentiële" kijk op mensen en het morele beslissingsproces. Het woord "deontologie" komt van het Griekse woord voor "plicht". Deontologische ethiek betekent dus dat handelingen niet gerechtvaardigd worden door hun gevolgen. In plaats daarvan wordt de "correctheid" van handelingen niet bepaald door goede gevolgen, maar door andere factoren. In tegenstelling tot het utilitarisme ("het doel heiligt de middelen"), stelt de deontologie dat juist de middelen van belang zijn.

Deontologische ethiek - Het 'categorische imperatief'
De deontologische ethiek is geworteld in het "categorische imperatief", dat aanvankelijk werd ontwikkeld door de Duitse filosoof Immanuel Kant in zijn "Grundlegung zur Metaphysik der Sitten" (1785). Het categorische imperatief stelt eenvoudigweg het volgende: "Handel alsof de stelregel van Uw handeling door Uw wil een universele natuurwet zou worden." Oftewel: ben jij bereid om alle andere mensen toe te staan om zo te handelen? Als het antwoord "ja" is, dan is je handeling moreel juist. Als het "nee" is, dan is je handeling immoreel. In een notendop: onze interne reacties zeggen meer dan onze uitwendige uitspraken wanneer we onze eigen morele handelingen op onszelf toepassen.

Hoewel het categorische imperatief sterk lijkt op de zogenaamde Gulden Regel van het Christendom, het Jodendom en andere godsdiensten ("Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen"), ontkent de deontologie in het algemeen enige morele theorie die gebaseerd is op God of op een andere hogere, absolute waarheid. In wezen is de deontologie een plichtenleer, een naturalistische theorie over objectieve, culturele moraliteit die op de een of andere manier boven de subjectieve werkelijkheden van de individuen in die cultuur uitstijgt en ze verbindt. Maar wacht eens even... kan dat echt werken?

Deontologische ethiek - Hoe bepalen we echt wat goed en fout is?
Dr. Joel Marks is een van de moderne geleerden op het gebied van deontologische ethiek die publiekelijk verkondigen dat er geen verschil bestaat tussen goed en fout. Professor Marks onderwijst ethiek aan het "Interdisciplinaire Centrum voor de Bio-ethiek" aan de Universiteit van Yale en gelooft zelfs het volgende:

    "De godsdienstige fundamentalisten hebben gelijk: zonder God bestaat er geen moraliteit. Maar volgens mij hebben zij ongelijk wat betreft het bestaan van God. Daarom geloof ik dat er geen moraliteit bestaat."1
Als naturalist en atheïst heeft Marks een deontologische kijk op moraliteit. Men veronderstelt dat deze kijk geen God vereist (d.w.z. geen standaard die boven de mens uitstijgt) om het verschil tussen goed en fout te kunnen onderscheiden. Maar Marks stelt nu dat de theorie van de deontologische ethiek net zo onredelijk is als een geloof in het Goddelijke.

Middels een reeks artikelen in "Philosophy Now" heeft Dr. Marks zijn "Amoreel Manifesto" ontwikkeld.2 Tijdens dat ontwikkelingsproces had hij een "anti-openbaring", waarin hij de deontologie afwees en zich ervan bewust werd dat moraliteit niets meer is dan een "wazig, subjectief gevoel".
    "Ik hou vast aan mijn sterke voorkeur voor eerlijke dialectische redeneringen binnen een context van wederzijds respect. Maar ik bied geen premissen meer in morele argumenten; in plaats daarvan bied ik overwegingen die ons kunnen helpen ontdekken wat we moeten doen. Ik probeer niets te rechtvaardigen; ik probeer geïnformeerde en goed overwogen keuzes aan te moedigen... Maar niet omdat een god, een bovennatuurlijke wet of zelfs mijn geweten mij heeft verteld dat ik iets zou moeten doen of een verplichting heb. In plaats daarvan word ik bewogen door mijn hoofd en mijn hart. Moraliteit heeft hier niets mee van doen."3
Vergeet niet dat dit een topgeleerde is in de bio-ethiek!

Deontologische ethiek - Een moreel plichtsbesef of een goed gevoel?
Dr. Marks' onthullingen doen mij denken aan een ander feestpartijtje dat plaatsvond na de inhuldiging van President Obama in maart 2009. Er bevond zich een menigte van getuigen in de feestzaal van het Witte Huis ("meer blije wetenschappers dan ik ooit bij elkaar heb gezien", zei Alan Leshner, voorzitter van de "American Association for the Advancement of Science"). President Obama schafte toen de beperkingen op stamcelonderzoek op, die stamden uit het tijdperk van President Bush, en zei toen het volgende:

    "Onze regering heeft, zo geloof ik, een verkeerde keuze opgelegd tussen gezonde wetenschap en morele waarden. Het gaat om de waarborging dat wetenschappelijke data nooit verdraaid of verborgen wordt om een politieke agenda te dienen en dat we wetenschappelijke beslissingen baseren op feiten, niet op ideologie."
Denk daar eens over na... terwijl steeds meer ethici in de medische vakwereld verkondigen dat er helemaal geen ethiek bestaat, wat is dan de basis die onze medische gemeenschap (en onze samenleving) zal gebruiken om bio-ethische beslissingen te nemen over onderwerpen als abortus, euthanasie, klonen, stamcelonderzoek, levensbeëindiging, het oogsten van organen, enzovoorts? Als de zogenaamde experts nu de deontologische ethiek (een morele plichtenleer) afwijzen ten gunste van een strikt moreel relativisme, wiens "wazig, subjectief gevoel" zal dan de morele standaard worden tijdens de volgende bijeenkomst van het "Interdisciplinaire Centrum voor de Bio-ethiek"?

Leer meer!

1 The New York Times, “Confessions of an Ex-Moralist,” (oftewel: "Bekentenissen van een ex-moralist") Joel Marks (The Opinion Pages, 21 Augustus, 2011).
http://opinionator.blogs.nytimes.com/
2011/08/21/confessions-
of-an-ex-moralist/

2 Philosophy Now, “An Amoral Manifesto (Part I),” Joel Marks (Juli/Augustus 2011).
http://www.philosophynow.org/issue80
/An_Amoral_Manifesto_
Part_I?ref=list

3 “Confessions of an Ex-Moralist,” Joel Marks.