Agnosticisme

Agnosticisme - Agnostos
De Nederlandse term "agnosticisme" is afgeleid van het Griekse "agnostos", wat betekent "niet weten". Een agnosticus is iemand die toegeeft dat hij het niet weet. Het woord doelt in het bijzonder op mensen die niet zeker weten of God bestaat. Een agnosticus is iemand die gelooft dat we niet kunnen weten of God bestaat en dat we hoogst waarschijnlijk ook niet kunnen vaststellen of Hij bestaat.

Agnosticisme - Besluiteloos
Per definitie is een agnosticus niet toegewijd aan een geloof of ongeloof in het bestaan van God. Maar ook al beweert het agnosticisme geen kant te kiezen, toch zijn veel agnostici in de praktijk atheïsten, in die zin dat hun leefstijl feitelijk atheïstisch is; zij zijn in het algemeen moreel relativisten en maken zich geen zorgen dat ze ooit verantwoording moeten afleggen voor hun levens.

Agnosticisme - Bewijs voor God?
Kan de agnosticus weten of God wel of niet bestaat? Kunnen gewone stervelingen dergelijke kennis verwerven? De moderne wetenschap geeft aan dat een dergelijke kennis voor de objectieve toeschouwer binnen handbereik ligt. Laten we de feiten eens objectief onderzoeken.

Een ontwerp vereist een ontwerper. Dat is een fundamenteel axioma. Daarom is ontwerpdetectie (de bepaling of iets al dan niet ontworpen is) een eerste vereiste van een groot aantal disciplines, waaronder de archeologie, antropologie, forensische wetenschappen, criminele jurisprudentie, copyright- en patentwetten, ‘reverse engineering’, cryptoanalyse, generatie van willekeurige getallen en SETI (“Search for Extra-Terrestrial Intelligence”, de zoektocht naar intelligent buitenaards leven). In het algemeen vinden we dat “gespecificeerde complexiteit” een betrouwbare indicator is voor de aanwezigheid van een intelligent ontwerp. Toeval kan weliswaar een verklaring zijn van complexiteit, maar niet van specificatie. Een willekeurige reeks letters is complex, maar niet gespecificeerd (de reeks is betekenisloos). Een sonnet van Shakespeare is zowel complex als gespecificeerd (het is betekenisvol). Je kunt geen sonnet van Shakespeare hebben zonder Shakespeare (William A. Dembski, "The Design Inference: Eliminating Chance through Small Probabilities", 1998).

Wanneer we de algemene principes om gespecificeerde complexiteit te detecteren toepassen op levende wezens, dan kunnen we daaruit redelijkerwijs afleiden of een levend wezen al dan niet op een intelligente manier ontworpen is. Laten we bijvoorbeeld eens kijken naar het zogenaamde flagellum van de e-coli bacterie. Het zogenaamde “bacterieel flagellum” is de machinerie die een bacterie voortstuwt in zijn microscopische wereld. Het bacterieel flagellum bestaat uit ongeveer veertig verschillende onderdelen. Deze onderdelen bestaan uit eiwitten en zijn, wanneer ze 50.000 keer vergroot worden onder een elektronenmicroscoop, duidelijk herkenbaar als stator, rotor, aandrijfas, U-verbinding en propeller. We gebruiken deze namen niet uit gemakzucht voor deze onderdelen: dat zijn werkelijk hun functies. Het bacterieel flagellum is een microscopische buitenboordmotor! Deze microscopische motoren zijn absoluut verbazingwekkend; een technologisch wonder. Zij draaien met maar liefst 100.000 toeren per minuut, maar toch kunnen ze ongelooflijk snel tot stilstand komen. Het flagellum heeft slechts een kwartslag nodig om te stoppen, naar een andere versnelling te schakelen en vervolgens met 100.000 toeren per minuut de andere kant op te draaien! De flagellaire motor is watergekoeld en heeft sensoren die de bacterie zelfs ‘feedback’ van zijn omgeving geven! ("Unlocking the Mystery of Life", documentaire van Illustra Media, 2002.)

Waar het om gaat is het volgende: als je een stator, een rotor, een aandrijfas, een U-verbinding of een propeller zou aantreffen in enig ander voertuig, machine, speelgoed of model, dan zou je meteen erkennen dat zij het het product zijn van een intelligente bron. Niemand verwacht dat een buitenboordmotor - laat staan een ongelooflijke motor als die van het flagellum - ooit het product zou kunnen zijn van een toevallige samenstelling van losse onderdelen. Dat is absurd. Buitenboordmotoren zijn het product van een intelligent ontwerp. (Michael Behe, "Darwin's Black Box", oftewel Darwins zwarte doos, 1996.)

De term "onherleidbare complexiteit" werd voor het eerst door Michael Behe gebruikt om dergelijke moleculaire machines te beschrijven. Elk mechanisch onderdeel is absoluut noodzakelijk voor het functioneren van het geheel. Er bestaat dus geen naturalistische, geleidelijke, evolutionaire verklaring voor het bestaan van het bacterieel flagellum. Niet alleen vereist het gezond verstand dat er een Ontwerper is, er bestaat ook geen enkele plausibele naturalistische verklaring waarmee die vereiste wegverklaard kan worden.

Het bacterieel flagellum is slechts een van vele duizenden ingewikkelde, degelijk ontworpen moleculaire machines. Moleculair bioloog Michael Denton schreef: "Hoewel de kleinste bacteriële cellen ongelooflijk klein zijn, met een gewicht van minder dan 10-12 gram, is elke cel in wezen een echte fabriek, geminiaturiseerde tot microscopisch niveau en samengesteld uit honderdduizend miljoen atomen, veel gecompliceerder dan alle door de mens gebouwde machines en absoluut zonder weerga in de niet-levende wereld" (Michael Denton, "Evolution: A Theory in Crisis", 1986, p. 250.).

Lees nu deel 2 van "Agnosticisme"!